Blog/Fruit in het Engels: namen en voorbeelden
Fruit in het Engels: namen en voorbeelden

Auteur: Vocab Team

Laatst bijgewerkt:

Fruit in het Engels: namen en voorbeelden

Begin met echte Engelse woordenschat met Vocab

Gratis te downloaden. Leer sneller met spaced repetition, themalijsten en uitspraak van moedertaalsprekers - en houd vast wat je leert.

Door het Vocab Editorial Team

Ken je dat gevoel? Je staat in een koffietentje in het buitenland en wilt een smoothie bestellen, maar je weet niet hoe je je favoriete fruit in het Engels noemt. Of je wilt op de markt een sappige perzik kopen, maar het juiste woord schiet je niet te binnen. In dit artikel oefen je Engelse fruitnamen, handige zinnen en een paar grammaticatips. Zo kun je de woorden gebruiken bij het bestellen of boodschappen doen.

Citrusvruchten (Citrus Fruits)

Fris, sappig en vol vitamine C! Sommige van deze woorden lijken misschien op het Nederlands, maar let goed op de uitspraak.
  • Lemon / Citroen (spreek uit als: lemmen). Handige zin: sour lemon / zure citroen. Voorbeeld: I like to add a slice of lemon to my tea. / Ik voeg graag een schijfje citroen toe aan mijn thee.
  • Orange / Sinaasappel (spreek uit als: or-indzj). Handige zin: sweet orange / zoete sinaasappel. Voorbeeld: Could you peel an orange for me, please? / Zou je een sinaasappel voor me kunnen schillen?
  • Grapefruit / Grapefruit (spreek uit als: greep-froet). Handige zin: bitter grapefruit / bittere grapefruit. Voorbeeld: Many people eat grapefruit for breakfast. / Veel mensen eten grapefruit als ontbijt.

Bessen (Berries)

Klein, maar boordevol smaak! Let op: het woord grapes (druiven) wordt in de spreektaal vaak tot deze groep gerekend, ook al is dat plantkundig gezien niet helemaal correct.
  • Strawberry / Aardbei (spreek uit als: stroo-berrie). Handige zin: fresh strawberries / verse aardbeien. Voorbeeld: We picked a basket of fresh strawberries. / We hebben een mandje verse aardbeien geplukt.
  • Blueberry / Blauwe bes (spreek uit als: bloe-berrie). Handige zin: a handful of blueberries / een handjevol blauwe bessen. Voorbeeld: I add blueberries to my morning oatmeal. / Ik doe blauwe bessen in mijn havermoutontbijt.
  • Raspberry / Framboos (spreek uit als: raaz-berrie, de 'p' is stil). Handige zin: ripe raspberry / rijpe framboos. Voorbeeld: This raspberry jam is homemade. / Deze frambozenjam is zelfgemaakt.
  • Grapes / Druiven (spreek uit als: greeps). Handige zin: seedless grapes / druiven zonder pitjes. Voorbeeld: A bunch of grapes is a healthy snack. / Een tros druiven is een gezonde snack.

Steenvruchten (Stone Fruits)

Deze vruchten heten zo vanwege de grote, harde pit (stone of pit) binnenin.
  • Peach / Perzik (spreek uit als: pietsj). Handige zin: juicy peach / sappige perzik. Voorbeeld: Nothing is better than a ripe, juicy peach in summer. / Niets is lekkerder dan een rijpe, sappige perzik in de zomer.
  • Plum / Pruim (spreek uit als: plam). Handige zin: dark plum / donkere pruim. Voorbeeld: My grandma makes a delicious plum pie. / Mijn oma maakt heerlijke pruimentaart.
  • Cherry / Kers (spreek uit als: tsjerrie). Handige zin: sweet cherry / zoete kers. Voorbeeld: I love decorating cakes with cherries. / Ik versier taarten graag met kersen.
  • Apricot / Abrikoos (spreek uit als: ee-prie-kot). Handige zin: dried apricot / gedroogde abrikoos. Voorbeeld: Dried apricots are a great source of fiber. / Gedroogde abrikozen zijn een goede bron van vezels.

Tropische vruchten (Tropical Fruits)

Een zonnige groet uit warme oorden! 🌴
  • Banana / banaan. Het meervoud is bananas. Voor “een tros bananen” zeg je a bunch of bananas. Voorbeeld: There is a bunch of bananas on the table. / Er ligt een tros bananen op tafel.
  • Pineapple / Ananas (spreek uit als: pain-eppel). Handige zin: a slice of pineapple / een schijfje ananas. Voorbeeld: Do you like pineapple on your pizza? / Houd jij van ananas op je pizza?
  • Mango / mango. Voorbeeld: This mango is ripe. / Deze mango is rijp. In de winkel: Could I have a mango, please? / Mag ik een mango, alstublieft?
  • Kiwi / Kiwi (spreek uit als: kie-wie). Handige zin: to peel a kiwi / een kiwi schillen. Voorbeeld: Kiwi is a small fruit with green flesh. / Kiwi is een kleine vrucht met groen vruchtvlees.

Meloenen (Melons)

Perfect voor een hete zomerdag!
  • Watermelon / Watermeloen (spreek uit als: waa-ter-mellen). Handige zin: a huge watermelon / een enorme watermeloen. Voorbeeld: Let's buy a watermelon for the picnic. / Laten we een watermeloen kopen voor de picknick.
  • Melon / Meloen (spreek uit als: mellen). Handige zin: sweet melon / zoete meloen. Voorbeeld: I like melon with prosciutto as an appetizer. / Ik houd van meloen met prosciutto als voorgerecht.

De Klassiekers (Everyday Extras)

Deze fruitsoorten eten we bijna dagelijks en zijn onmisbaar in je vocabulaire.
  • Apple / Appel (spreek uit als: eppel). Handige zin: a green apple / een groene appel. Voorbeeld: An apple a day keeps the doctor away. / (spreekwoord) Eén appel per dag houdt de dokter weg.
  • Banana / Banaan (spreek uit als: be-naa-naa). Handige zin: a soft banana / een zachte banaan. Voorbeeld: This banana is very sweet and yellow. / Deze banaan is erg zoet en geel.

Handige woorden en zinnen (Your Handy Mini-Toolbox)

Om over fruit te praten heb je meer nodig dan alleen de namen. Hier zijn nog een paar handige woorden! 💡

Smaak omschrijven (Taste Words)

  • sweet / zoet
  • sour / zuur
  • bitter / bitter
  • tart / wrang, zurig (vaak voor bessen of onrijp fruit)

Handige werkwoorden (Useful Verbs)

  • to peel / schillen
  • to slice / in plakjes snijden
  • to squeeze / (uit)persen
  • to pick / plukken

Eenheden (Units)

  • a bunch of grapes/bananas / een tros druiven/bananen
  • a slice of melon/pineapple / een schijfje meloen/ananas
  • a handful of berries / een handjevol bessen

Korte grammaticatips (Quick Grammar Notes) ✍️

  • Fruit vs Fruits: Het woord fruit is meestal ontelbaar als je het over fruit in het algemeen hebt (I love fruit). Je gebruikt fruits als je het over verschillende soorten fruit hebt (My favorite fruits are apples and bananas). Dit werkt net als in het Nederlands!
  • Meervoud van bessen: De meeste bessennamen eindigen op -berry. In het meervoud verandert de -y in -ies: strawberry → strawberries, cherry → cherries.
  • Pit vs Seed: Dit is een belangrijk verschil! Een pit (of stone) is de grote, harde kern in een vrucht, zoals in een perzik of pruim. Een seed is een klein zaadje, zoals in een appel of watermeloen. In het Nederlands gebruiken we voor beide vaak 'pit'.
  • Juice (sap) is altijd ontelbaar: some apple juice (niet an apple juice). Als je het telbaar wilt maken, gebruik je woorden als a glass/carton of juice (een glas/pak sap).

Oefening: een gesprek in de supermarkt (Practice: A Grocery Store Dialogue)

Laten we kijken hoe je deze woorden in de praktijk gebruikt.
Customer: Excuse me, are these strawberries fresh? / Pardon, zijn deze aardbeien vers? Shop Assistant: Yes, they were picked this morning. They are very sweet. / Jazeker, die zijn vanochtend geplukt. Ze zijn erg zoet. Customer: Great! I'll take one box, please. And a bunch of seedless grapes. / Top! Dan neem ik graag één bakje. En een tros pitloze druiven.

Test jezelf: raad het fruit! (Quiz Yourself: Guess the Fruit!) 🎯

Combineer de emoji met de juiste Engelse naam. De antwoorden staan hieronder!
  1. 🍍 -> ?
  2. 🍒 -> ?
  3. 🍉 -> ?
  4. 🍑 -> ?
  5. 🍋 -> ?
(Antwoorden: 1. Pineapple, 2. Cherry, 3. Watermelon, 4. Peach, 5. Lemon)
Gefeliciteerd! Je woordenschat over fruit is nu een stuk groter. Probeer deze woorden te gebruiken als je kookt, boodschappen doet of gewoon over eten praat. Oefening baart kunst! ✅
Oefen bij je volgende boodschappen met drie Engelse fruitnamen. Maak daarna met één ervan een zin over de smaak of hoeveelheid. Zo gebruik je de woorden meteen in een herkenbare situatie.